07
mrt

0
hogeschool-versus-universiteit-waterink-instituut

Hogeschool versus universiteit; ofwel het toepassen van bestaande kennis versus het ontwikkelen van nieuwe kennis

In Nederland kun je na de middelbare school kiezen uit een vervolgopleiding op MBO- HBO en universitair niveau. Welk niveau je kiest, wordt in grote mate bepaald door je vooropleiding. Als je een HAVO-diploma of een MBO-4 diploma hebt behaald, kun je naar een hogeschool en met een VWO-diploma kun je naar de universiteit. Toch gaat het lang niet in alle gevallen zo. Er zijn VWO’ers die doelbewust kiezen voor een hogeschool en er zijn havisten, die alles op alles zetten om op een universiteit terecht te komen.

Maar wat is nu eigenlijk het verschil tussen een hogeschool (HBO =hoger beroepsonderwijs) en een universiteit (WO = wetenschappelijk onderwijs) en wat is dan de beste keuze?

Er zijn allerlei verschillen tussen HBO en universiteit te bedenken. De meest gehoorde verschillen richten zich op de vorm van het onderwijs: HBO is meer klassikaal er is meer begeleiding. Er wordt meer gewerkt in de vorm van praktisch projectgroepen. Universitaire opleidingen zouden massaler zijn, meer diepgaand en losser georganiseerd. Er wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van leerlingen. Dit zijn inderdaad veel gehoorde verschillen. Maar er zijn er ook klassikale universitaire studies en HBO-opleidingen waar maar weinig contacturen zijn en van de student wordt verwacht dat hij of zij zelfredzaam is. Wat onderscheidt deze twee onderwijsvormen dan nog meer?

Het belangrijkste en meest essentiële verschil tussen een HBO-opleiding en een universitaire opleiding is dat je bij een HBO-opleiding wordt opgeleid om een beroep uit te oefenen, op basis van bestaande kennis. Je maakt je die kennis eigen en je leert deze kennis toe te passen in de praktijk. Bij een universiteit draait het veelal om het ontwikkelen van nieuwe kennis. Je maakt je zowel bestaande kennis als nieuwe theorieën eigen en je leert onderzoek doen waarmee die theorieën bevestigd, ontkracht of gewijzigd kunnen worden. Je bouwt met andere woorden mee aan de ontwikkeling van nieuwe kennis, binnen een bepaald vakgebied. Het doen van onderzoek is daarmee een essentieel onderdeel van een universitaire opleiding. Dit wordt ook wel de academische vorming genoemd. Je leert geen beroep, maar wordt opgeleid voor een richting en je leert vaardigheden die belangrijk zijn voor het doen van onderzoek.

Wanneer je na een HBO-bachelor wil doorstromen naar WO master, moet je daarom vaak eerst een pre-master volgen. Tijdens die pre-master worden onder andere je onderzoeksvaardigheden bijgespijkerd.

Wanneer je naar een universiteit wil, heb je dus een VWO-diploma nodig. Met een alleen HBO-propedeuse kun je soms ook instromen op universitair niveau, maar meestal worden er dan ook bepaalde vakken op VWO-niveau gevraagd, of je moet aan andere aanvullende vereisten voldoen.

Wil je met een MBO-diploma doorstromen naar een HBO-opleiding? Dat kan vaak vrij gemakkelijk wanneer je binnen hetzelfde vakgebied blijft. Wil je in een ander vakgebied verder studeren? Dan zijn er soms aanvullende eisen.

Wist je dat ongeveer 50% van de MBO’ ers doorstroomt naar het HBO? (bron: MBOraad)

Het lijkt voor de hand te liggen om te gaan voor het hoogst haalbare. Toch is dat niet in alle gevallen de beste of meest optimale keus. Bij het Waterink Instituut vinden we dat je moet kiezen voor de opleiding die bij je past. Het is het belangrijk te weten wat je kwaliteiten en interesses zijn. Niet alleen inhoudelijk, maar ook qua niveau. Een van de vragen die je jezelf daarbij kunt stellen is: ben ik een praktische doener, of toch meer een onderzoeker?